Mag je samples gebruiken zonder toestemming? De zaak KRAFTWERK vs PELHAM: sampling en het recht op vrije kunst.

15-11-2019

Een paar maanden geleden heeft het Europese Hof van Justitie uitspraak gedaan in een Duitse rechtszaak die zich al 20 jaar voortsleept. Het betreft een zaak tussen enfant terrible van de Duitse hiphop, producent Moses Pelham en twee, naar het schijnt ook niet de makkelijksten, leden van de Duitse electroband ‘Kraftwerk’.

In 1997 heeft Pelham zonder toestemming een sample uit de Kraftwerktrack ‘Metall auf Metall’ gebruikt voor het nummer ‘Nur Mir’, uitgevoerd door de bekende Duitse hiphop-artieste Sabrina Setlur. Het gaat om een sample van twee maten (maat 19 en 20). Deze twee maten zijn door Pelham iets verschoven (tel 3 uit maat 19 van ‘Metall auf Metall’ wordt tel 1 in het werk ‘Nur Mir’), gelooped en gebruikt als ‘beat’ onder het door hem geproduceerde nummer ‘Nur Mir’. De leden van Kraftwerk waren not amused en daagden Pelham voor de rechter. Na jaren heen-en-weer-geprocedeer tussen verschillende Duitse rechtbanken is de zaak in 2017 voorgelegd aan het Europese Hof van justitie.

Naburig recht.

Belangrijk is om eerst te benoemen dat het in deze zaak draait om het naburig recht van Kraftwerk. De bandleden beroepen zich in de eerste plaats dus níet op hun auteursrecht wat ze hebben als componisten van het nummer, maar op hun naburig recht wat ze als fonogrammenproducent hebben op de opname van het nummer.

Het begrip ‘fonogrammenproducent’ klinkt een beetje ouderwets maar het is een belangrijke wettelijke term uit de Wet op de Naburige rechten. De fonogrammenproducent is de persoon of organisatie die de financiële eindverantwoordelijkheid draagt voor een bepaalde opname. In de praktijk zijn dit vaak de platenmaatschappijen. Als artiesten of bands werk in eigen beheer opnemen, zijn zij dus zélf de fonogrammenproducent, zoals ook geval is met de band Kraftwerk. Op basis van de Wet op de Naburige rechten heeft de fonogrammenproducent het uitsluitende (exclusieve) recht om het gebruik van een bepaalde opname (of een stukje daarvan) te verbieden. In Duitsland staat het naburig recht overigens niet in een aparte wet zoals in Nederland, maar maakt het onderdeel uit van de (Duitse) Auteurswet.

De belangrijkste vraag in deze rechtszaak was dus of Pelham toestemming had moeten vragen aan de band Kraftwerk voor het gebruik van de (zeer korte) sample van de opname van het nummer “Metall auf Metall”. 

Het standpunt van Pelham, oftewel het recht op ‘vrije kunst’.

Pelham vindt dat hij deze toestemming niet had hoeven vragen. Hij is van mening dat het verbieden van samplen zonder toestemming de artistieke vrijheid in de weg staat. Hij beroept zich in de eerste instantie op artikel 24 van de Duitse Auteurswet: het recht op ‘Freie Benutzung’. Alle Duitse rechtbanken verwierpen dit beroep omdat de rechters van mening zijn dat Pelham de sample simpelweg had kunnen naspelen/namaken. Pelham weigert op te geven en stelt vervolgens beroep in bij het Duitse ‘Bundesverfassungsgericht’. Het Bundesverfassungsgericht oordeelt of (lagere) wetten in overeenstemming zijn met de (hoogste) Grondwet. In Nederland kennen wij een dergelijke rechtbank niet.

Bij het Bundesverfassungsgericht beroept Pelham zich op het Duitse (grond)recht op ‘vrije kunst’. Hij vraagt zich af of het exclusieve recht van fonogrammenproducenten om het gebruik van van zeer korte samples te verbieden in strijd is met de artistieke vrijheid, oftewel het recht op ‘vrije kunst’ zoals omschreven in artikel 5 lid 3 van de Duitse grondwet. Het Bundesverfassungsgericht geeft Pelham gelijk in die zin dat dat inderdaad het geval kan zijn. Er kan sprake zijn van een strijd met het recht op ‘vrije kunst’ indien de exploitatiemogelijkheden van de fonogrammenproducent door het (illegale) gebruik van samples van zijn opnames slechts in geringe mate beperkt worden. Na jaren van teleurstellingen dus een zoete overwinning voor Pelham. 

Nadat de zaak door het Bundesverfassungsgericht werd terugverwezen naar de ‘gewone’ rechtbank besloot deze zich te wenden tot de Europese rechtbank: het Europese Hof van Justitie.

Wat beslist het Europese Hof van Justitie?

Het Europese Hof van Justitie beantwoordt, naast wat technische juridische vragen, in wezen dezelfde vraag: is het exclusieve recht van de fonogrammenproducent om het gebruik van samples van opnames te verbieden in strijd met het recht op ‘vrije kunst’? Het Europese Hof toetst het exclusieve recht van de fonogrammenproducent (natuurlijk) niet aan de Duitse grondwet, maar aan artikel 13 van het ‘Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie’. Dat artikel bevat, net als artikel 5 van de Duitse Grondwet, het recht op ‘vrije kunst’. 

Het Europese Hof oordeelt uiteindelijk, eigenlijk zoals het Bundesverfassungsgericht al deed, dat het exclusieve recht van de fonogrammenproducent om gebruik van samples van opnames te verbieden niet zóver gaat dat dat zou betekenen dat de producent het gebruik van samples altijd kan verbieden, ook als dat helemaal geen invloed heeft op de exploitatiemogelijkheden van de opnames. 

De officiële conclusie van het Europese Hof is dat het exclusieve exploitatierecht van een fonogrammenproducent zo moet worden uitgelegd dat:

“een fonogrammenproducent op grond van het hem door deze bepaling verleende recht om reproductie van zijn fonogram toe te staan of te verbieden, kan beletten dat een geluidsfragment van zijn fonogram, hoe kort dan ook, door een derde wordt overgenomen en op een ander fonogram wordt vastgelegd, tenzij dat fragment in een gewijzigde en voor het oor onherkenbare vorm op laatstgenoemd fonogram wordt vastgelegd”.

Samengevat: het gebruik van een sample, hoe kort deze ook is, maakt in beginsel dus inbreuk op het naburig recht van de fonogrammenproducent. Dat kan anders zijn als de sample gewijzigd wordt en voor het oor onherkenbaar wordt vastgelegd. 

 

Het recht op vrije kunst kan het exclusieve exploitatierecht beperken.

Bijzonder in deze zaak is dat de Europese Hof voor het eerst heeft geoordeeld dat het exclusieve exploitatierecht, wat de basis is van zowel het auteursrecht en het naburig recht, beperkt kan worden door het recht op vrije kunst. Dat is nog niet eerder gebeurd. Tot nu toe zat het exclusieve exploitatierecht van auteurs, uitvoerende kunstenaars en fonogrammenproducenten zeer stevig in het zadel. Het was een soort absoluut recht, waar geen speld tussen te krijgen was. Geen wonder dat de Duitse rechters jarenlang krampachtig vasthielden aan het uitgangspunt dat het zonder toestemming gebruiken van samples een inbreuk is op het naburig recht van de fonogrammenproducent. Het oordeel van het Europese Hof (en eerder het Bundesverfassungsgericht) brengt een nuance aan in dit uitgangspunt. Er bestaat nog steeds een exclusief exploitatierecht voor de fonogrammenproducenten maar met de nuance dat dit niet geldt als een sample voor het oor onherkenbaar is gemaakt. 

Mag je nu zomaar een sample gebruiken?

Nee, in beginsel mag dat dus niet. Alleen als je de sample zodanig bewerkt dat deze voor het oor niet herkenbaar is. Dan mag het wel. Let wel op dat je ook nog te maken kunt hebben met het auteursrecht. Het is theoretisch mogelijk dat het gebruik van een sample geen inbreuk maakt op het naburig recht maar wél op het auteursrecht. Bij twijfel, volg je gezonde verstand. Als iets herkenbaar is, zit je meestal fout. Als je meer zekerheid wilt, raadpleeg een jurist, of maak gewoon lekker je eigen samples. Dan heb je nergens last van.

Heeft Pelham de zaak gewonnen?

Dat is nog maar de vraag. De Duitse rechter mag nu oordelen of de sample die Pelham gebruikt heeft, voldoet aan bovenstaande criteria, dus of de sample voor het oor herkenbaar is. Hij is er dus nog niet vanaf.

 

Please reload

Meld je aan voor de nieuwsbrief:
(geen onzin, maar op de hoogte blijven van de ontwikkelingen en vol tips, beloofd)
Maak kennis met Bureau Boekema:
  • Linkedinn

Bureau Boekema

De Schans 129

5011 EN Tilburg

06 20941301

bureauboekema@gmail.com