Moedige mensen: over hoe een journaliste, een persfotograaf een een muziekproducent juridisch ten strijde trekken voor een hoger inkomen.

08-11-2019

In tijden dat de inkomens van creatieve ondernemers sterk onder druk staan en de onderhandelingsposities uitermate zwak, zijn er, ongelooflijk maar waar, ondernemers die durven op te staan tegen machtige partijen met wie het onmogelijk onderhandelen is en wiens lage tarieven een bedreiging vormen voor het voortbestaan van hun onderneming. Opvallend is dat dit geen ondernemers zijn wiens naam reeds gevestigd is. Dit zijn ondernemers die veel te verliezen hebben omdat ze in grote mate afhankelijk zijn van deze partijen.

 

Ik schreef al eerder over de moedige muziekproducent van instrumentale midi-files die, as we speak, een rechtszaak aan het voeren is tegen BumaStemra. Hij is van mening dat het percentage dat BumaStemra in rekening brengt voor het produceren en online verkopen van orkestbanden (10%) veel te hoog is. Ik wacht met spanning op het eindvonnis…

 

Daarnaast heeft een andere zaak vorige week de landelijke pers gehaald: een journaliste en een persfotograaf hebben de machtige Persgroep voor de rechter gedaagd omdat ze van mening zijn dat hun vergoeding voor het schrijven van stukken (13 cent per woord) en het maken van persfoto’s (42 euro per stuk) voor een regionale krant, uitgegeven door de Persgroep, niet billijk is. Lang verhaal kort: ze hebben gewonnen. De Persgroep moet de vergoeding aanvullen tot 21 cent per woord resp. 65 euro per foto: een forse verhoging.

Ten grondslag aan deze uitspraak ligt het relatief nieuwe ‘auteurscontractenrecht’ van 1 juli 2015. Dit recht, dat is opgenomen in artikelen 25b t/m 25h van de Auteurswet, bepaalt o.a. dat een maker die zijn auteursrecht in licentie heeft uitgegeven, recht heeft op een billijke vergoeding van de exploitant. Deze regels gelden, via de Wet op de Naburige rechten, ook voor uitvoerende kunstenaars. Om te bepalen wat een billijke vergoeding is, moet de rechter de verschillende belangen van de partijen in ogenschouw nemen.

 

De rechter heeft de volgende gezichtspunten betrokken bij zijn oordeel:
1. het (CAO-)loon van vergelijkbare persfotografen en journalisten alsmede de tarieven van andere regionale dagbladen.

2. de marktpositie van de Persgroep: regionale dagbladen leveren rendement op,

3. de onbeperkte afgifte van het exploitatierecht van de makers aan de Persgroep, en de zwakke onderhandelingspositie van de makers.

4. de exploitatiewaarde van de artikelen en de foto’s: regionale kranten hebben een kleinere oplage dan landelijke kranten.

5. Verder van belang was het feit dat de makers beperkte invloed hebben op wat er precies wel en niet geplaatst wordt en dus geen invloed hebben op de hoogte van de vergoeding. Een fotograaf kan drie foto’s aanleveren, maar het is mogelijk dat er maar één wordt geplaatst waardoor de gemiddelde beloning per foto lager is ten opzichte van de geleverde inspanning. Ook is het mogelijk dat een redacteur bepaalt hoeveel cent een journalist per woord ontvangt, afhankelijk van de aard van de opdracht en de expertise van de journalist.

 

Tegelijk met de invoering van het auteurscontractenrecht is de ‘Geschillencommissie Auteurscontractenrecht’ ingevoerd (niet te verwarren met de ‘Geschillencommissie Auteursrechten zakelijk’ die een rol speelt in de hierboven genoemde zaak van de muziekproducent). Het idee achter het instellen van deze commissie is dat het mogelijk wordt voor makers/uitvoerende kunstenaars om zich te wenden tot de geschillencommissie als zij het gevoel hebben geen billijke vergoeding te ontvangen voor hun werk. De geschillencommissie kan dan bemiddelen tussen de makers/uitvoerende kunstenaars en hun exploitanten. Op deze manier is het mogelijk voor makers/uitvoerende kunstenaars om, tegen lagere kosten dan via de rechter, een billijke vergoeding te bedingen. Problematisch is wél dat de exploitanten akkoord moeten gaan met bemiddeling door de geschillencommissie. Zij moeten zich tevens aansluiten bij de geschillencommissie á raison de 150 euro per jaar. Niet verwonderlijk dat de exploitanten niet staan te springen. Ook de Persgroep heeft eerder geweigerd zich bij deze Geschillencommissie aan te sluiten.

 

De Geschillencommissie Auteurscontractenrecht heeft tot nu toe slechts twee zaken behandeld, overigens wel succesvol voor de makers.


Wat zijn de gevolgen van deze zaak? Ik hoop dat meer makers hun exploitatiecontracten nogmaals goed doorlezen in het licht van bovenstaande gezichtspunten en het erop wagen. En wellicht als er meer zaken voor de rechter komen en succesvol zijn voor de makers dat de exploitanten inzien dat bemiddeling door de geschillencommissie goedkoper en sneller is dan een rechtszaak en zich aansluiten. Het gevolg zou dan zijn dat meer makers en uitvoerende kunstenaars tegen lage kosten en weinig risico een betere vergoeding kunnen afdwingen bij de machtige exploitanten van hun werk. 

Please reload

Meld je aan voor de nieuwsbrief:
(geen onzin, maar op de hoogte blijven van de ontwikkelingen en vol tips, beloofd)
Maak kennis met Bureau Boekema:
  • Linkedinn

Bureau Boekema

De Schans 129

5011 EN Tilburg

06 20941301

bureauboekema@gmail.com