Rechtbank Den Haag: BumaStemra heeft het auteursrecht van Eftelingcomponist goed beheerd.

27-02-2018

Hoe is het mogelijk dat een componist wiens composities jarenlang vanaf 2005, bijna dagelijks afgespeeld worden in pretparken hiervoor, naar eigen zeggen, slechts een paar honderd euro ontvangt van Buma?

Dat blijkt uit een uitspraak die onlangs is gedaan door de Rechtbank Amsterdam in een zaak tussen BumaStemra en componist H. die in het verleden succesvol heeft gecomponeerd voor de Efteling, Europapark en Toverland.’

Wat is er aan de hand?

Componist H. is van mening dat zijn muziek, die wordt afgespeeld langs de paden, op de parkeerplaats en in attracties van deze themaparken, voor de incasso van de verschuldigde Bumavergoedingen ingedeeld moet worden in het Algemene Muziek Tarief (ATM) en niet, zoals Buma heeft gedaan, in categorieën voor achtergrondmuziek (in dit geval: Tarief Mechanische Achtergrondmuziek TMA, Tarief Mechanische Achtergrondmuziek Horeca TMAH, en Tarief Kermis). H. vindt namelijk dat zijn muziek niet aangemerkt kan worden als achtergrondmuziek omdat muziek in themaparken een “geheel zelfstandige betekenis heeft voor de totaalbeleving” van het park.

Het probleem is dat als een bepaald nummer wordt ingedeeld in en wordt afgerekend volgens het ‘Algemeen Muziek Tarief’ een auteur hiervoor een vergoeding ontvangt op basis van ‘feitelijk gebruik’, wat betekent dat de auteur elke keer dat zijn stuk wordt gespeeld hiervoor een bedrag krijgt uitgekeerd. Voor gebruik in de hierboven genoemde categorieën van achtergrondmuziek verstrekt Buma aan de muziekgebruikers daarentegen een “blanket license’ en geschiedt de uitkering aan de auteurs op basis van ‘referentierepertoire’. Het idee achter dit systeem is dat het doorgaans onmogelijk is voor bedrijven om te registreren welke nummers zij als achtergrondmuziek precies afspelen. Uitkering op basis van referentierepertoire houdt dan in dat o.a. door middel van jaarlijkse steekproeven wordt vastgesteld welk repertoire in een bepaalde categorie (bijv. horeca) wordt gedraaid waarna op basis van die gegevens vervolgens wordt uitgekeerd. Dat betekent dat indien muziek enkel op hele specifieke plekken wordt afgespeeld, zoals in pretparken, dit werk niet of nauwelijks gesignaleerd wordt (de zgn. ‘unlogged performances’) en krijgen de auteurs in beginsel hiervoor geen vergoeding.

Indien de auteurs wel een vergoeding willen ontvangen voor dergelijke ‘niet-gesignaleerde (unlogged)’ uitvoeringen, dan heeft het bestuur op basis van art. 9 en 10 van het repartitiereglement de mogelijkheid over te gaan tot een vorm van ‘speciale repartitie’ waarna toch kan worden uitgekeerd.

In deze zaak was de componist lange tijd niet op de hoogte van deze regeling en omdat in art. 9 en 10 niet specifiek vermeld staat dat de componist zélf een verzoek tot speciale repartitie had moet indienen, neemt hij het standpunt in dat Buma op eigen initiatief over had moeten gaan tot uitkering op basis van deze regeling. De rechtbank gaat hier helaas niet in mee. Waarom niet?

De rechtbank oordeelt: Buma heeft beslissingsvrijheid.

De rechtbank overweegt dat Buma, ten eerste, een bepaalde vrijheid heeft om te beslissen over de wijze waarop en de mate waarin zij informatie verzamelt ten behoeve van de incasso en repartitie van het repertoire dat zij vertegenwoordigt. Dat komt er in deze zaak op neer dat Buma in principe zelf mag weten hoe ver zij gaat bij het verzamelen van gegevens.Ten grondslag hieraan ligt de gedachte dat de kosten om het auteursrecht te handhaven in verhouding moeten staan tot de baten ervan en om die reden, zegt de rechter, zijn er nou eenmaal beleidsmatige keuzes zijn gemaakt die geleid hebben tot een zekere ‘standaardisering’. Verder acht de rechtbank de taak van Buma zo omvangrijk dat niet van Buma verwacht kan worden dat zij op eigen initiatief in individuele gevallen van dit beleid afwijkt. Voor zover gezegd kan worden dat Buma verplicht is om de leden over dergelijke regelingen te informeren, heeft Buma dat in dit geval ook gedaan aangezien op alle afrekeningen die de componist heeft ontvangen vermeld stond dat het mogelijk was om een verzoek tot ‘speciale repartitie’ in te dienen. Ten slotte heeft Buma de componist al eerder per mail op een dergelijke mogelijkheid gewezen en had de componist op basis van art. 16 lid 2 van het repartitiereglement binnen twee jaar kunnen klagen over de hoogte van de aan hem uitgekeerde vergoedingen.

Hoe loopt het af?

De componist komt er bekaaid af. De rechtbank verwerpt al zijn argumenten, ook zijn klacht dat zijn muziek in het Algemene Muziek Tarief moet worden ingedeeld, wordt niet gehonoreerd. Volgens de rechtbank is Buma de exploitatieovereenkomst naar behoren nagekomen. Geconcludeerd kan worden dat de componist te lang heeft gewacht met handelen, waardoor hij tussen de wal en het schip is gevallen.

(Deze blog beschrijft slechts de belangrijkste punten uit het vonnis, voor de volledige uitspraak klik hieronder).

Please reload

Meld je aan voor de nieuwsbrief:
(geen onzin, maar op de hoogte blijven van de ontwikkelingen en vol tips, beloofd)
Maak kennis met Bureau Boekema:
  • Linkedinn

Bureau Boekema

De Schans 129

5011 EN Tilburg

06 20941301

bureauboekema@gmail.com